10 jaar Gebr.! 1996 - 2006
Gebr. bestaat tien jaar! Het boek kwam in het voorjaar van 1996 uit bij Van Goor en is al die tijd in druk gebleven. Je kunt wel zeggen dat het boek een klassieker is geworden. Hoera!
The homepage of Ted van Lieshout. Of ga linea recta naar:
The press about Brothers.
Bror. Hij won in zijn land de prijs voor de beste vertaling, dus dat was ook een beetje een prijs voor mij. Bovendien won het Noorse omslagontwerp een prijs.
Vennad. Andrus Simsel verzorgde de vertaling voor uitgeverij Steamark. In april 2002 verscheen Fratelli, de Italiaanse vertaling, waarop lang is gewacht. Laura Pignatti maakte de vertaling die uitkwam bij AER.
De Eilandverkaveling heet Broers en belicht vooral één lijn uit het verhaal: de dood van het broertje. In een sobere setting brengen vijf muzikanten gezamenlijk een muziektheaterspel, geschikt voor elf jaar en ouder.
Leesgoed

Het ondergeschoven kinderboek
Literair redacteur van de Volkskrant Aleid Truijens in Leesgoed (4 - 2003): "Ted van Lieshout is nogal enthousiast actie aan het voeren tegen de Volkskrant, hij vindt dat kinderboeken in de Volkskrant er bekaaid vanaf komen. Dat is raar, want eerder hadden wij elke week een kort stuk, terwijl dat nu om de week een langer stuk is. Precies evenveel dus."
Ik heb er niet met een centimeter bij gezeten, maar de recensies in de Volkskrant zijn bij lange na niet twee keer zo lang als voorheen, zoals Truijens wil doen geloven. Bovendien zijn er geen twee recensenten meer, maar slechts één, waardoor de rubriek tegenwoordig, bij gebrek aan variatie, vooral een hoekje is over lectuur. Door de tweewekelijkse frequentie sluit de rubriek nauwelijks meer aan bij de actualiteit.
Onderstaand stuk werd indertijd door de Volkskrant geweigerd.
Jaren geleden verzuchtte Duitsland: 'Als ze in Holland zulke mooie boeken schrijven voor de jeugd, wat maken ze daar dan wel niet voor volwassenen?' Het gevolg was een run op onze volwassenenliteratuur. Dat werd breed uitgemeten in de media, maar waar die Duitse belangstelling uit voortkwam, stond niet in de krant. En toen enkele kinderboekenschrijvers protesteerden omdat op een triomfantelijke lijst van meestvertaalde auteurs alle kinderboekenschrijvers waren overgeslagen om de dames- en herenboekenschrijvers te kunnen placeren, werd beloofd dat er een nieuwe lijst in het prominente weekblad zou komen. Maar die kwam nooit. Onze prachtkinderboeken waren toen allang weer doorgehold tot in Japan aan toe, en er werden buitenlandse prijzen voor Nederland binnengehaald. Maar niemand stond op Schiphol te juichen, want het haalde de krant niet.
Hoe kan het dat, terwijl ze in het buitenland vechten om onze kinderboeken, de belangstelling in de binnenlandse media - met uitzondering van het nog groeiende internet - in luttele jaren is weggekwijnd? De teloorgang was het duidelijkst te zien in de dagbladen: drie jaar geleden berichtten AD, NRC Handelsblad, Trouw en de Volkskrant nog wekelijks over kinderboeken, nu is dat nauwelijks eens in de veertien dagen. Dat is meer dan een halvering, want in tegenstelling tot destijds verschijnen er vrijwel geen interviews met kinderboekenauteurs meer, noch artikelen over het genre. - Een terugblik.
In de afgelopen decennia is het literaire kinderboek gaan emanciperen. Die mogelijkheid kwam er door het grote en zeer rijk gevarieerde aanbod. Omdat er genoeg was voor elke doelgroep, binnen en buiten het onderwijs, konden kinderboekenschrijvers met literaire belangstelling zich wat meer buiten de geëffende paden begeven en hun mogelijkheden ontplooien. Tegelijkertijd en in wisselwerking, ontdekten schrijvers voor volwassenen de jeugdliteratuur, waardoor ook via die kant aan de grenzen tussen beide genres werd gemorreld. Dat leverde boeken op die logischerwijze steeds interessanter werden voor volwassenen. Zij begonnen die boeken dan ook voor het eigen genoegen te lezen, eerst in het geniep ("u hoeft dit exemplaar enkel te signeren, u hoeft er geen naam bij te schrijven"), maar later - want de volwassen kinderboekenlezer emancipeerde mee - openlijk en trots ("ik koop het boek voor mezelf, maar als mijn kind het wil lezen, is dat mooi meegenomen").
Recensenten verlegden de aandacht meer en meer naar de literairste kinderboeken. Daarbij speelde mee dat status ontleend kan worden aan het werk dat men beoordeelt, en in die emancipatiebeweging ging het er nu juist om dat de kinderliteratuur voor vol werd aangezien, en de kinderboekenrecensent dus ook. De niet-literaire jeugdboeken kwamen dan ook steeds minder aan bod. Daar paste deze redenering bij: in het literaire katern alleen aandacht voor literaire kinderboeken. Echter, er verschenen niet elke dag meesterwerken in de jeugdliteratuur, en dus kwamen de wekelijkse kinderboekenhoeken onder druk te staan; ze begonnen te sneuvelen, soms gedwongen, soms omdat recensenten ermee ophielden en niet vervangen werden. Dat nieuwe beleid werd in oktober 2000 zo verwoord door de chef van Cicero, Aleid Truijens, in een e-mail aan mij: "Wij nemen kinder- en jeudliteratuur net zo serieus als alle andere literatuur. Niet de kinderboekenrecensies zijn verdwenen uit de krant, maar de vaste rubriek. Wij (...) willen serieus aandacht aan álle genres en typen besteden als er iets verschijnt dat de moeite waard is. Daarom hebben we besloten kinderliteratuur niet langer apart te zetten."
Daarmee was de voltooiing van de emancipatie van het literaire kinderboek een feit. De redenering was helder en Truijens' bedoelingen waren, volgens mij, zuiver: "Nu is die ruimte er wel, en kunnen meerdere besprekers als zij enthousiast zijn een bijdrage leveren. Want: kinderboeken bespreken is volgens mij niet iets voor specialisten, maar voor literatuurliefhebbers die ontvankelijk en kritisch lezen en er aanstekelijk over schrijven."
Maar in de praktijk pakte dat helaas anders uit. Het uitgeëmancipeerde kinderboek moest nu, in de strijd om de beperkte ruimte in de krant, de concurrentie aan met andere soorten literatuur, en kort geformuleerd ging dat zo: opgestaan is plaats vergaan. Het uit de hoek gehaalde kinderboek werd linea recta het ondergeschoven kind. Bij het literaire katern van deze krant was niemand meer met specifieke liefde of belangstelling voor jeugdboeken. Maandenlang werden de kinderboeken in de Volkskrant zo rigoureus verwaarloosd, dat na protesten van lezers toch weer één nieuwe recensent werd aangesteld (vroeger waren dat er twee) en de kinderboekenhoek kwam ook terug, zij het niet meer wekelijks. Met als gevolg dat nieuwe boeken niet meer tijdig besproken konden worden en het contact met de actualiteit al sloffend verloren ging (regelmatig worden boeken van vorig jaar gerecenseerd!). De rest van het literaire katern bleef gesloten voor kinderboeken en hun auteurs, en elders in de krant werd dat niet gecompenseerd. En zo raakte in de Volkskrant, maar ook in de eerder genoemde andere kranten, niet alleen het "gewone" kinderboek, maar ook het literaire kinderboek in het slop.
Als er niets gedaan wordt, als de makers van dagbladen niet zelf inzien dat het cultuurgoed van en voor de jeugd blijvend bréde aandacht verdient, desnoods beter verdeeld over de krant, komt alleen deze oplossing in beeld: de boel zo laten en wachten tot het is doodgebloed. Want dat gebeurt met dingen waar onvoldoende naar omgekeken wordt: de kwaliteit kachelt vanzelf achteruit. Om straks, als het dieptepunt bereikt is, van lieverlee dan maar weer te beginnen met de opbouw.
Het zou kinderachtig zijn om op te roepen dat proces te versnellen door in sneltreinvaart boeken op de markt te brengen die zo slecht zijn, dat iedereen protesteert en de krant er vanzelf moord en brand van schreeuwt. Maar dat hoeft ook helemaal niet. Want steeds luider is het geroep dat de prijzen voor kinderboeken niet moeten gaan naar de beste werken, maar naar de redelijk goede; men hoopt dat daardoor de matig ontwikkelde lezer enthousiast aan het lezen slaat. Leesbevordering wordt echter niet gediend door de betere boeken te verdonkeremanen, de auteurs daarvan te diskwalificeren, en door kwaliteit ondergeschikt te maken aan educatie. Dat de lat lager moet, vinden evenwel ook veel hedendaagse recensenten, die op eigen initiatief zijn begonnen om de weinige ruimte die ze krijgen toebedeeld te verdelen over het gehele aanbod van kinderboeken. Maar juist nu er in de krant geen ruimte is voor diversiteit, betekent dat enkel afroming en verschraling, uitholling en versnippering. Vind daar als producent en consument van kinderboeken maar eens inspiratie en animo in. Te vrezen valt dan ook dat leesbevordering binnen korte tijd zal zijn omgeslagen in een bitter gevecht tegen leesdemotivering.
©Ted van Lieshout 2002